WWW.SOUPLESSEMETHODE.NL

Met het boek Het Duurloopmisverstand

De invloed van wind bij hardlopen

Hoe de wind je prestatie beinvloedt is al in 1971 onderzocht door LG Pugh, een onderzoeker in London.
Op een loopband in een windtunnel werd van een Britse toploper de zuurstofopname gemeten. Het bleek dat bij een verdubbeling van de windsnelheid, de zuurstofopname verviervoudigde (bij handhaving van de loopsnelheid).

Interessant was ook de bevinding dat als de loper 1 meter achter een andere loper liep, de windweerstand maar liefst 80% minder was! Zelfs bij het lopen op een afstand van 2 of 3 meter was er voordeel van het lopen achter een andere atleet. Op een meter afstand achter iemand lopen op een windstille dag kan je op een 1500-meterwedstrijd bijna 4 seconden voordeel opleveren!

In een studie uit 1980 van C T. M. Davies kwam eveneens naar voren dat bij een verdubbeling van de (tegenwind)windsnelheid, de zuurstofopname verviervoudigde.

Nu denk je misschien dat als je een wedstrijd hebt waarbij je eerst de helft tegenwind hebt en daarna de tweede helft wind mee, je het verlies op de heenweg compenseert. Helaas is dat niet het geval: je krijgt slechts ongeveer de helft terug van wat je met tegenwind verliest.
Rugwind die gelijk is aan de loopsnelheid, dus bijvoorbeeld 15 km/u terwijl de loper ook 15 km/u loopt, geeft bijna 4 seconden per km voordeel, terwijl dezelfde tegenwind ongeveer het dubbele aantal seconden nadeel oplevert.
Dit is overigens slechts een vuistregel en gebaseerd op onderzoek op een loopband, maar is redelijk toepasbaar voor de meeste hardlopers.

Over het schuilen achter iemand:
Het roept bij mij herinneringen op aan de Schiphol Run van 1986, over 10 kilometer. Er stond een fikse wind die ons gedurende 5 kilometer recht in de rug blies en daarna 5 kilometer pal tegen. Ik was dat jaar niet in vorm tgv blessures en wist dat ik normaal gesproken niet beter dan rond plaats 10 zou kunnen eindigen. Maar toen ik het parcours zag met 5 kilometer flinke wind mee en daarna dezelfde route terug met wind tegen, zag ik mogelijkheden: ik benaderde deze 10-kilometerwedstrijd als een 5 kilometer: inspanning leveren alsof de finishlijn halverwege lag. Op die manier kon ik me – met veel moeite - handhaven in de kopgroep. Na 5 kilometer in 14 minuten, kwamen we bij het keerpunt….en prompt zakte het tempo naar 15 minuten per 5 kilometer (van bijna 21,5 km/u naar 20 km/u). Ik liep daarna – weer met fikse inspanning, maar iets gemakkelijker dan op de heenweg - mee achter diverse (smalle schouders) en eindigde als derde, veel beter dan wanneer het een windstille dag geweest was. Misschien niet helemaal sportief, maar ik heb in mijn loopbaan voldoende kopwerk gedaan, dus ik vond het collegiaal gezien niet onrechtvaardig.

Wind en afkoeling
Wind beinvloedt niet alleen de weerstand die je bij het lopen ondervindt, maar ook de mate van afkoeling van je lichaam.
Rugwind geeft je een aanzienlijk voordeel, maar het effect van ‘stilstaande lucht’ tijdens hardlopen op je lichaamstemperatuur is niet bepaald verwaarloosbaar: met een windje in de rug en zon op je bol ga je het bij zomerse temperaturen onaangenaam warm krijgen. Als dit lang gaat duren gaat het beslist een flinke impact hebben op je loopvermogen. Onderzoek naar de exacte invloed hiernaar is niet gedaan.
En de logische vervolgvraag: hoeveel voordeel heb je van de extra koeling bij tegenwind?
Bij de Boston Marathon in 2011 waren de omstandigheden erg gunstig: een rugwind van zo’n 24 km/u bij een temperatuur van 13-17 graden Celsius. Dit stuwde honderden lopers naar een persoonlijk record. Bij een temperatuur van 25 graden of meer en een rugwind van 12 km/u was er echter zeer zeker een heel ander uitkomst geweest.

Tegenwind is dus niet altijd je vijand, omdat dit een afkoelend effect kan hebben op een warme dag. En houd in gedachten dat achter iemand lopen zo’n 80% van het negatieve effect van de tegenwind neutraliseert.

Organisatoren en topatleten weten uiteraard hoe om te gaan met weersomstandigheden: baanwedstrijden waarbij een aanval gedaan wordt op een record worden bij voorkeur op een koele lente- of zomeravond gehouden. Marathons het liefst in het voor- of najaar en in de ochtenduren.

Klaas Lok